Menu Zoeken

Pensioen 1-2-3

    laag-1

    Welkom bij Stichting TOTAL Pensioenfonds Nederland! U bouwt verplicht pensioen bij ons op. Dit doet u via uw werkgever. Elke werkgever heeft zijn eigen regeling. In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Dat is belangrijk om te weten, bijvoorbeeld als u van baan verandert. Het Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op uw jaarlijkse Uniform Pensioenoverzicht en www.mijnpensioenoverzicht.nl.

    Wat vindt u in laag 1, 2 en 3?
    Het Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. In de eerste laag leest u in het kort de belangrijkste informatie over uw pensioenregeling. Door op een onderwerp in laag 1 te klikken ziet u laag 2 met meer informatie over dat onderwerp. Tot slot kunt u vanuit laag 2 doorklikken naar laag 3. Daar vindt u de juridische en beleidsmatige informatie van ons pensioenfonds. U kunt laag 1, 2 en 3 ook opvragen bij het pensioenfonds.

    Laag 2 Laag 1
  • Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

    • Gaat u met pensioen? Dan krijgt u ouderdomspensioen. Dat ouderdomspensioen ontvangt u als u 67 jaar wordt.

      Via uw werkgever neemt u deel in de pensioenregeling van TPN en bouwt u ouderdomspensioen op. Dat ouderdomspensioen ontvangt u als u de 67-jarige leeftijd bereikt. Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt.

      Hoeveel pensioen u straks ontvangt van TPN is vooral afhankelijk van de hoogte van het salaris dat u heeft verdiend, de inhoud van de pensioenregeling waaraan u deelneemt en het aantal jaren dat u deelneemt. Het ouderdomspensioen wordt vanaf het moment dat u de 67-jarige leeftijd bereikt maandelijks uitbetaald, zolang u leeft. De hoogte van het ouderdomspensioen staat op www.mijnpensioenoverzicht.nl en uw UPO.

      De pensioenregeling waaraan u deelneemt, is een “collective defined contribution”regeling. Dit betekent dat de premie die betaald moet worden vast is. Hoeveel pensioen wij voor u met deze premie kunnen inkopen is afhankelijk van onder meer de rente. Het kan dus voorkomen dat u in een jaar niet de maximale pensioenopbouw krijgt. Elk jaar bouwt u pensioen op over een deel van het bruto loon dat u in dat jaar heeft verdiend. U bouwt niet over uw hele bruto loon pensioen op. Uw pensioenuitvoerder houdt namelijk al rekening met de AOW, die u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opouwt, heet “opbouwfranchise”. Over het bruto loon minus de opbouwfranchise bouwt u vanaf 1 januari 2018  maximaal 1,738% aan ouderdomspensioen op.

      Laag 3

    • Komt u te overlijden? Dan krijgt uw partner partnerpensioen en krijgen uw kinderen mogelijk wezenpensioen.

      Naast uw ouderdomspensioen bouwt u ook partnerpensioen en wezenpensioen op. Als u komt te overlijden, heeft uw partner recht op een partnerpensioen en uw kinderen krijgen mogelijk een wezenpensioen.

      Het partnerpensioen is maximaal 70% van het ouderdomspensioen dat u zou krijgen als u tot pensionering bij TPN pensioen zou opbouwen. Bij overlijden na pensionering krijgt uw partner ook maximaal 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen.

      De hoogte van het wezenpensioen is 20% van het partnerpensioen. Elk kind krijgt dit tot hij of zij 21 jaar is. Zolang het kind op school zit of studeert, krijgt het kind wezenpensioen uiterlijk tot hij of zij 27 jaar is.

      De hoogte van uw partnerpensioen en van het wezenpensioen staat vermeld op uw UPO en op www.mijnpensioenoverzicht.nl

      Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of een of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) www.svb.nl.

      Laag 3

    • Wordt u (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt? Dan gaat uw pensioenopbouw (gedeeltelijk) door, maar u betaalt dan zelf geen premie meer.

      Als u meer dan 35% arbeidsongeschikt bent, heeft u recht op (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid.Meer informatie vindt u bij Arbeidsongeschiktheid.

      Laag 3

    • Wilt u precies weten wat onze pensioenregeling u biedt? Bekijk het pensioenreglement of vraag het bij ons op.

      Wilt u precies weten wat onze pensioenregeling u biedt? Bekijk het pensioenreglement of vraag het bij ons op.

      Laag 3

  • Wat krijgt u in onze pensioenregeling niet?

    • Wordt u (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt? Dan krijgt u geen aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen van ons.

      Uw pensioenregeling voorziet niet in een arbeidsongeschiktheidspensioen. Als u arbeidsongeschikt wordt, is er dus in aanvulling op de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering (IVA/WIA) geen recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen.

      Laag 3

  • Hoe bouwt u pensioen op?

    • U bouwt op drie manieren pensioen op:
      A. AOW. Dit pensioen krijgt u van de overheid als u in Nederland woont of werkt.
      B. Pensioen bij ons pensioenfonds. U bouwt dit pensioen op via uw werkgever. Hierover gaat dit Pensioen 1-2-3;
      C. Pensioen dat u zelf regelt. Bijvoorbeeld met een lijfrente of banksparen.

      A. De Algemene Ouderdomswet (AOW)

      De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid, voor iedereen die tussen de leeftijd van 15 jaar en de ingangsleeftijd van de AOW in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De AOW-ingangsleeftijd is niet meer voor iedereen gelijk. De AOW-bedragen worden jaarlijks aangepast. Kijk voor uw AOW-leeftijd, de AOW-bedragen en voor verdere informatie over de AOW op www.svb.nl.

      Let op: heeft u niet altijd in Nederland gewoond of gewerkt? Dan kan uw AOW lager uitvallen.

      B. Het pensioen dat u via uw werk opbouwt

      De hoogte van dit pensioen vindt u op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Het UPO ontvangt u één keer per jaar zolang u pensioen opbouwd bij TPN. Op het UPO staan het ouderdomspensioen dat u nu heeft opgebouwd en het pensioen dat u kunt bereiken als u tot uw 67-jarige leeftijd pensioen bij TPN blijft opbouwen. Op het UPO vindt u ook gegevens van het partner- en wezenpensioen. Dat is pensioen voor uw partner en kinderen als u overlijdt. Kijk ook op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Daar vindt u een overzicht van al het pensioen dat u heeft opgebouwd in de banen die u heeft gehad.

      C. De pensioenaanvulling waar u zelf voor zorgt

      U kunt zelf een aanvulling regelen op uw AOW en het pensioen dat u opbouwt via uw werkgever. Bijvoorbeeld via banksparen of door een verzekering, zoals een lijfrente, af te sluiten.

      Laag 3

    • Ieder jaar bouwt u een stukje van uw pensioen op. Het pensioen dat u zo opbouwt, is de optelsom van al die stukjes. Vanaf uw pensioendatum ontvangt u dit pensioen zo lang u leeft. Dit heet een middelloonregeling.

      Ieder jaar bouwt u pensioen op over een deel van het bruto loon dat u in dat jaar heeft verdiend. U bouwt niet over uw hele bruto loon pensioen op. TPN houdt namelijk rekening met de AOW die u van de overheid ontvangt als u met pensioen gaat. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet “franchise”.

      Over uw salaris minus de franchise bouwt u jaarlijks een percentage aan pensioen op. Wij streven naar een pensioenopbouw van 1,738%. Als de premie in een jaar onvoldoende is,  bouwt u een lager percentage aan pensioen op.  Het totale pensioen dat u zo opbouwt, is de optelsom van al die jaren. Vanaf uw pensioendatum ontvangt u elke maand pensioen zo lang u leeft.

      Laag 3

    • U bouwt pensioen op over het jaarsalaris  inclusief ploegentoeslag tot maximaal  € 105.075,- (2018).

      U bouwt met ingang van 1 januari 2016 pensioen op over het salaris tot € 105.075,- (2018).

      Laag 3

    • U bouwt jaarlijks een deel van uw uiteindelijke pensioen op. Dat doet u niet over uw hele bruto loon. Over € 13.344,– bouwt u in 2018 geen pensioen op. Dit gedeelte heet de opbouwfranchise. De opbouwfranchise is ongeveer gelijk aan de AOW-uitkering die u vanaf uw AOW-leeftijd van de overheid ontvangt. Over het  gemaximeerde jaarsalaris min de opbouwfranchise bouwt u in 2018 1,738% aan ouderdomspensioen op.

      Ieder jaar bouwt u pensioen op over een deel van het bruto loon dat u in dat jaar heeft verdiend. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet “franchise”. Over uw salaris minus de franchise bouwt u jaarlijks een percentage aan pensioen op. Wij streven naar een pensioenopbouw van 1,738%. Als de premie in een jaar onvoldoende is,  bouwt u een lager percentage aan pensioen op. Dit is het gevolg van de Collective Defined Contribution systematiek. Het totale pensioen dat u zo opbouwt, is de optelsom van al die jaren. Vanaf uw pensioendatum ontvangt u elke maand pensioen zo lang u leeft.

      Stel, u verdient in een bepaald jaar € 35.000,- (fulltime). De opbouwfranchise in dat jaar is € 15.000,-. Uw pensioengrondslag is dan € 20.000,-. U bouwt in dat jaar 1,738% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag van € 20.000,-. Dat is € 347,60 in dat jaar. Het ouderdomspensioen dat u ontvangt als u 67 jaar wordt, is een optelsom van al die jaren plus de eventuele toeslag (indexatie).

      Laag 3

    • U betaalt elke maand premie voor uw pensioen. Bij ons pensioenfonds betaalt u 7,7% premie en uw werkgever 23,2% over uw gemaximeerde jaarsalaris min de premiefranchise (€ 14.297,- in 2018). De premie die u zelf betaalt, vindt u terug op uw loonstrook.

      U en uw werkgever betalen iedere maand pensioenpremie. U betaalt 7,7% en uw werkgever betaalt 23,2%. In feite is de premie de prijs van uw pensioen. Uw deel van de pensioenpremie houdt u werkgever maandelijks in op uw bruto loon. Het exacte bedrag staat op uw loonstrook. De premie die de werkgever betaalt staat niet op uw loonstrook.

      Laag 3

  • Welke keuzes heeft u zelf?

    • Verandert u van baan? U kunt uw eerder opgebouwde pensioen meestal meenemen naar uw nieuwe pensioenuitvoerder.

      Verandert u van baan en gaat u daardoor naar een andere pensioenregeling? Dan bepaalt de hoogte van uw opgebouwd pensioen per jaar wat er met uw pensioen gebeurt.

      Is uw opgebouwd pensioen hoger dan € 474,11 bruto per jaar?
      Dan beslist u zelf of u uw pensioen meeneemt naar uw nieuwe pensioenuitvoerder. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder. Maar ook of uw nieuwe werkgever een betere pensioenregeling heeft. Of misschien wilt u alle pensioenen bij één uitvoerder hebben. Laat u hier vooraf goed over informeren. Het meenemen van uw pensioen regelt u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Wilt u uw pensioen niet meenemen? Dan blijft uw pensioen bij TPN staan en wordt het vanaf het moment dat u de 67-jarige leeftijd bereikt aan u uitbetaald. U betaalt geen premie meer aan TPN en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.

      Is uw opgebouwd pensioen minder dan € 474,11 bruto per jaar en hoger dan € 2,- bruto per jaar?
      Dan zorgt TPN er automatisch voor dat uw pensioen meegaat naar uw nieuwe pensioenuitvoerder. TPN checkt daarom jaarlijks bij www.mijnpensioenoverzicht.nl of u pensioen opbouwt bij een nieuwe pensioenuitvoerder. Hebt u geen nieuwe pensioenuitvoerder dan blijft uw pensioen bij TPN.

      Laag 3

    • De pensioenvergelijker maakt het mogelijk onze pensioenregeling te vergelijken met andere pensioenregelingen.

      De pensioenvergelijker maakt het mogelijk onze pensioenregeling te vergelijken met andere pensioenregelingen.

      Laag 3

    • Wilt u geleidelijk minder gaan werken? Dan kunt u ervoor kiezen een deel van uw pensioen alvast in te laten gaan. Dit moet u 6 maanden voor de gewenste ingangsdatum aanvragen. Bespreek dit met uw werkgever.

      In plaats van met pensioen te gaan op uw 67e kunt u er ook voor kiezen om een deel van uw pensioen eerder in te laten gaan. Dit kan vanaf 57 jaar. Dat betekent wel dat het deel van het ouderdomspensioen dat u eerder laat ingaan lager wordt. Deeltijd met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De opbouw van ouderdoms- en partnerpensioen stoppen gedeeltelijk en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. Voor het deel dat u doorwerkt bouwt u nog wel pensioen op.

      Laag 3

    • Wilt u eerder of later met pensioen gaan? Dit moet u minimaal 6 maanden voor de gewenste ingangsdatum aanvragen. Bespreek dit met uw werkgever.

      In plaats van met pensioen te gaan bij het bereiken van uw 67-jarige leeftijd, kunt u er voor kiezen om langer door te werken. Als u dat wilt, kan het uitbetalen van het ouderdomspensioen worden uitgesteld totdat u echt met pensioen gaat. Als u later met pensioen gaat, wordt uw opgebouwde ouderdomspensioen verhoogd. Daarnaast wordt de pensioenopbouw voortgezet als u doorwerkt. Kijk voor meer informatie over de verhoging van uw opgebouwde pensioen en de voorwaarden voor het uitstellen van het pensioen in het pensioenreglement vermeld op onze website.

      U kunt er ook voor kiezen om uw pensioen eerder in te laten gaan dan bij het bereiken van uw 67-jarige leeftijd. Dat betekent wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt. Eerder met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt eerder en het pensioen wordt verlaagd. U moet er ook rekening mee houden dat de AOW wellicht later ingaat dan uw vervroegde pensioen. Kijk op www.svb.nl om te zien wanneer uw AOW ingaat.

      Laag 3

    • Wilt u het partnerpensioen voor uw partner, of een deel daarvan omruilen voor ouderdomspensioen voor u zelf? Dat kan op de gewenste pensioendatum.

      Naast ouderdomspensioen bouwt u ook partnerpensioen op. Er kunnen redenen zijn waarom u het partnerpensioen wilt omruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Misschen heeft uw partner zelf een goed pensioen, of misschien heeft u geen partner (meer).

      Let op: Als u een partner heeft moet hij of zij het wel eens zijn met deze keuze. Meer informatie over het omruilen van partnerpensioen voor een hoger ouderdomspensioen is te vinden bij met pensioen gaan.

      Laag 3

    • Wilt u beginnen met een hoger of juist een lager pensioen? Dat kan op de door u gewenste pensioendatum.

      U kunt de keuze maken om eerst een paar jaar een hoger ouderdomspensioen te ontvangen en daarna een lager ouderdomspensioen, of omgekeerd.

      Laag 3

  • Hoe zeker is uw pensioen?

    • De hoogte van uw pensioen staat niet vast.
      Het is mogelijk dat wij uw pensioen niet met de prijzen mee kunnen laten groeien. Ons pensioenfonds heeft namelijk te maken met onder meer de volgende risico’s:

      • Mensen worden gemiddeld steeds ouder. Wij moeten het pensioen daarom langer uitbetalen.
      • Een lage rente maakt pensioen duurder.  Als de rente daalt heeft ons pensioenfonds heeft daardoor meer geld nodig om hetzelfde pensioen te kunnen uitbetalen.
      • De resultaten van onze beleggingen kunnen tegenvallen.

      Meer informatie over onze financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad, die gevolgen kunnen hebben voor uw pensioen, leest u bij Financiële situatie en Dekkingsgraden.

      Het kan gebeuren dat TPN ondanks alle voorzorgen toch geld tekort komt om op de lange termijn alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Dan moet er iets gebeuren. Het pensioenfondsbestuur heeft de taak zo zorgvuldig mogelijk af te wegen wat de beste oplossing is: bijvoorbeeld niet of gedeeltelijk indexeren. Het bestuur kan ook kiezen voor een combinatie van maatregelen of nog andere keuzes maken. In het uiterste geval kan het bestuur besluiten uw opgebouwde pensioen of pensioenuitkering te verlagen.

      In de afgelopen jaren verlaagde TPN de pensioenen als volgt:

      Verlaging
      2016 0,00%
      2015 0,00%
      2014 0,00%
      2013 0,00%
      2012 1,95%
      2011 0,00%

      Meer informatie over hoe TPN er financieel voor staat, vindt u in het jaarverslag.

      Laag 3

    • Wij proberen uw pensioen elk jaar een stukje mee te laten groeien met de stijging van de prijzen. Dit heet toeslagverlening of indexatie. Dit kan alleen als de financiële situatie van ons pensioenfonds goed genoeg is. De afgelopen jaren hebben wij de pensioenen voor deelnemers zo verhoogd:

      Toeslagverlening Stijging van de lonen Stijging van de prijzen
      2017 0,14% 1,33%
      2016 0,00% 1,25% 0,40%
      2015 0,00% 0,75% 0,66%
      2014 0,00% 1,00% 0,86%
      2013 0,00% 2,00% 1,71%

      Normaal gesproken wordt geld ieder jaar iets minder waard. U kunt met hetzelfde bedrag dan iets minder kopen dan het jaar ervoor. Dat heet “inflatie”. Vanwege de inflatie probeert TPN uw opgebouwde pensioen jaarlijks te indexeren (toeslagverlening). Dat wil zeggen dat TPN uw opgebouwde pensioen jaarlijks met een zelfde stijging  als de prijzen in de winkels probeert te verhogen.  Het lukt niet altijd om de pensioenen te verhogen. Als het financieel tegenzit, kan het zo zijn dat TPN niet of niet volledig kan indexeren. Dat betekent dat uw pensioen minder waard wordt. Als het daarna financieel meezit, kan het pensioen eventueel extra worden geïndexeerd om koopkracht te herstellen.

      De afgelopen jaren heeft TPN de pensioenen als volgt verhoogd*:

      Toeslagverlening Stijging van de lonen Stijging van de prijzen*
      2017 0,14% 1,33%
      2016 0,00% 1,25% 0,40%
      2015 0,00% 0,75% 0,66%
      2014 0,00% 1,00% 0,86%
      2013 0,00% 2,00% 1,71%
      2012 0,00% 3,00% 2,90%
      2011 -1,95% n.v.t. 2,33%
      2010 0,00% n.v.t. 1,38%
      2009 0,00% n.v.t. 0,40%
      2008 0,00% n.v.t. 2,53%
      2007 1,67% n.v.t. 1,48%
      2006 1,25% n.v.t. 1,25%

       

      * Tot 2012 is dit de “CPI afgeleid okt-okt”.

      Laag 3

    • Als wij een tekort hebben, nemen wij – indien nodig – één of meer van deze maatregelen:

      • Uw pensioen groeit niet (volledig) mee met de stijging van de lonen.
      • In het uiterste geval verlagen we uw pensioen. In 2012 verlaagden wij de pensioenen met 1,95%.

      De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf de start van de opbouw tot de laatste pensioenbetaling kan wel eens 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld, waardoor er risico’s kunnen ontstaan die uw pensioen bedreigen, zoals een (snelle) stijging van de levensverwachting, een lage rentestand of tegenvallende beleggingsresultaten. TPN probeert voorbereid te zijn op de risico’s die uw pensioen kunnen bedreigen.

      Een (snelle) stijging van de levensverwachting heeft tot gevolg dat wij het pensioen langer moeten uitbetalen. Dit betekent dat het fonds meer geld moet hebben dan waar eerst op werd gerekend.

      De rentestand beïnvloedt de waarde van de pensioenen. Pensioenuitvoerders maken van te voren een inschatting van het geld dat zij nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente is, hoe meer geld TPN “in kas” moet hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente langdurig laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duur.

      Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt TPN ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden.

      Er zijn meer risico’s waar TPN rekening mee moet houden om uw pensioen zo goed mogelijk te beschermen. TPN moet die risico’s dus letterlijk “managen”. Meer informatie over het risicomanagement vindt u bij financiële situatie.

      Laag 3

  • Welke kosten maken wij?

    • Ons pensioenfonds maakt de volgende kosten om de pensioenregeling uit te voeren:

      • Kosten voor de administratie;
      • Kosten om het vermogen te beheren;
      • Kosten voor advies en toezicht (DNB, AFM, accountant, actuaris, visitatiecommissie).

      TPN maakt verschillende kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de administratie. Daar vallen de kosten voor de uitbetaling van de pensioenen en de incasso van de premies onder. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken en verzenden van dit Pensioen 1-2-3 en het UPO.

      Daarnaast zijn er kosten om het vermogen te beheren. Beleggen van het vermogen kost geld. Wij betalen bijvoorbeeld de partijen waaraan wij vragen om het vermogen te beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties.

      In ons jaarverslag vindt u een specificatie van de kosten die wij maken.

      Laag 3

  • Wanneer moet u in actie komen?

    • Als u van baan verandert. U kunt uw eerder opgebouwde pensioen meenemen naar uw nieuwe pensioenuitvoerder.

      Als u van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kunt u kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. Wij noemen dat waardeoverdracht. Dat doet u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder. Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen bij TPN staan en wordt het pensioen vanaf het moment dat u de 67-jarige leeftijd bereikt aan u uitbetaald. U betaalt geen premie meer aan TPN en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.

      Laag 3

    • Als u arbeidsongeschikt wordt

      Als u meer dan 35% arbeidsongeschikt wordt, heeft u recht op (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u daar zelf premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw arbeidsongeschiktheid voor uw pensioen in kaart brengt. U hoeft ons niet zelf te informeren over uw arbeidsongeschiktheid. Dat gebeurt automatisch door het UWV.

      Laag 3

    • Als u gaat trouwen, samenwonen of een geregistreerd partnerschap aangaat.

      Trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan is voor uw pensioenregeling hetzelfde. U moet dan goed kijken of uw partner bij uw overlijden recht heeft op partnerpensioen. Vindt u dat het partnerpensioen niet goed genoeg is geregeld, zorg dan dat u iets extra’s regelt. U hoeft ons niet zelf te informeren dat u gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat. Dat gebeurt automatisch door de Gemeentelijke Basisadministratie.

      Let op: als u ongehuwd samenwoont, heeft uw partner niet automatisch recht op partnerpensioen bij uw overlijden. Om uw partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen, bijvoorbeeld een notarieel samenlevingscontract hebben. Een kopie van het contract moet worden opgestuurd naar TPN. Kijk voor meer informatie bij pensioen voor mijn partner/kinderen.

       

      Laag 3

    • Als u gaat scheiden of het samenwonen of geregistreerd partnerschap beëindigt.

      Uw ex-partner heeft recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u opbouwde tijdens uw huwelijk of periode van geregistreerd partnerschap. U kunt met uw ex-partner afwijkende afspraken maken. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het echtscheidingsconvenant. Om ervoor te zorgen dat de ex-partner een deel van uw ouderdomspensioen ontvangt, moet u of uw ex-partner binnen twee jaar TPN op de hoogte stellen van de scheiding en de eventuele afwijkende afspraken.

      Let op: het recht op een deel van het ouderdomspensioen geldt niet voor ongehuwd samenwonenden. Ongehuwd samenwonenden moeten zelf afspraken maken over de verdeling van het pensioen.

      Uw ex-partner heeft ook recht op een partnerpensioen dat u opbouwde tot de datum van echtscheiding of beëindiging van het geregistreerd partnerschap. Voor het recht op het partnerpensioen hoeft u niets te doen. Tenzij uw ex-partner afstand doet van het recht, dan moet u het pensioenfonds wel informeren.

      Let op: ook ongehuwd samenwonenden kunnen recht hebben op het partnerpensioen.

      Kijk voor meer informatie bij einde relatie.

      Laag 3

    • Als u verhuist naar het buitenland.

      Meld dit aan TPN en bespreek wat de gevolgen zijn voor uw pensioen. Informatie over de gevolgen voor de AOW vraagt u aan bij de Sociale Verzekeringsbank. Of kijk op www.svb.nl.

      Let op: ook als u reeds in het buitenland woonachtig bent en u verhuist naar een ander woonadres in het buitenland, moet u TPN daarover informeren.

      Laag 3

    • Als u werkloos wordt.

      Als u werkloos wordt, stopt de pensioenopbouw. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw werkloosheid voor uw ouderdomspensioen, voor het partnerpensioen en het wezenpensioen in kaart brengt. Als u bij uw huidige werkgever uit dienst gaat, dan ontvangt TPN deze melding van de werkgever. U hoeft TPN dus niet zelf te informeren.

      Laag 3

    • Bekijk eens per jaar hoeveel pensioen u heeft opgebouwd op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

      Bekijk eens per jaar hoeveel pensioen u heeft opgebouwd op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

      Laag 3

    • Neem contact met ons op als u vragen heeft of gebruik maakt van de actie- en/of keuzemomenten. Bel ons op nummer (040) 2653862  of stuur een mail naar pensioenfonds.total@riskcoadministrations.com.

      Voor alle vragen over uw pensioenregeling kunt u bellen met onze pensioenuitvoerder Aon, te bereiken per mail op pensioenfonds.total@riskcoadministrations.com. of telefonisch op (040) 2653862.

      Laag 3