Menu Zoeken

Partner- en wezenpensioen

Naast uw ouderdomspensioen bouwt u ook partnerpensioen en wezenpensioen op. Als u komt te overlijden, heeft uw partner recht op een partnerpensioen en uw kinderen krijgen mogelijk een wezenpensioen.

Het partnerpensioen is maximaal 70% van het ouderdomspensioen dat u zou krijgen als u tot pensionering bij TPN pensioen zou opbouwen. Bij overlijden na pensionering krijgt uw partner ook maximaal 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen.

De hoogte van het wezenpensioen is 20% van het partnerpensioen. Elk kind krijgt dit tot hij of zij 21 jaar is. Zolang het kind op school zit of studeert, krijgt het kind wezenpensioen uiterlijk tot hij of zij 27 jaar is.

De hoogte van uw partnerpensioen en van het wezenpensioen staat vermeld op uw UPO en op www.mijnpensioenoverzicht.nl

Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of een of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) www.svb.nl.